Archeologische sporen

Het Maasdal tussen Well en Aijen is voor archeologen een interessante locatie. Het vruchtbare gebied langs de Maas is namelijk al duizenden jaren bewoond. Vanwege de bijzondere archeologische waarde legde de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed het gebied een voorlopige monumentenstatus op. Voordat de grote graafmachines aan het werk mogen in ’n bepaald gebied, gaat daarom eerst de archeoloog met schep en troffel grondig aan de slag.

 Unieke Europese opgravingen

Dankzij de Maas die regelmatig buiten haar oevers trad en een dikke laag klei en zand afzette, zijn de archeologische resten van 10.000 jaar bewoning goed bewaard gebleven. Bovendien zijn de verschillende grondlagen en sporen van bewoning door de zand- en kleilaagjes goed van elkaar gescheiden. Dat zie je niet vaak. Meestal zijn alle sporen in elkaar geperst, waardoor de leeftijd van vondsten lastig aan te geven is. Dat maakt het gebied in Maaspark Well tot een unieke Europese opgravingslocatie die nationaal en internationaal met grote belangstelling wordt gevolgd.

180 hectare onderzoeken

De archeologen hebben veel tijd nodig, want er moet een gebied van 180 hectare (zo’n 220 voetbalvelden) onderzocht worden. Ze zijn in 2010 begonnen met graven en verwachten enkele jaren in het gebied aan het werk te zijn. Vanwege het belang van grondig archeologisch onderzoek liepen sommige andere werkzaamheden vertraging op, maar dat is niet anders. Door de planning en de volgorde hier en daar aan te passen, blijft de vertraging beperkt.

In opdracht van provincie Limburg

De archeologische opgravingen vinden plaats in opdracht van de Provincie Limburg, in samenwerking met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de gemeente Bergen en Kampergeul. De werkzaamheden worden uitgevoerd door ADC ArcheoProjecten, BAAC Archeologie en Bouwhistorie, en RAAP.